Heel herkenbaar, twijfel bij het gebruik van 'dan' en 'als'. Met deze tips doe je het vanaf nu altijd goed!

Heel herkenbaar, twijfel bij het gebruik van ‘dan’ en ‘als’. Met deze tips doe je het vanaf nu altijd goed!

Eén van de meest gemaakte grammaticale fouten is volgens mij toch wel het foutief gebruik van de woorden ‘dan’ en ‘als’. Weet jij hoe het ook alweer zat? Wanneer gebruik je ‘dan’ en wanneer ‘als’? Ik leg het je in vogelvlucht uit, zodat je het nooit meer fout hoeft te doen!

‘Als’ gebruik je bij vergelijkingen, zoals:

  • Jeroen is bijna even lang als zijn broer Jim.
  • Parijs is net zo groot als de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht bij elkaar.

‘Dan’ gebruik je na een vergrotende trap óf na de woorden ‘andere’ of ‘anders’, zoals:

  • Ik ben beter in hardlopen dan jij.
  • Zijn voeten zijn nog groter dan die van mij.
  • Hij heeft meer snoep over dan ik.
  • Anders dan mijn collega’s, ga ik graag een blokje om tijdens de lunch.

DAN JOU? OF DAN JIJ? DAN IK OF DAN MIJ?

Tja, dan heb je het gebruik van ‘als’ en ‘dan’ eindelijk in de smiezen en dan komt er nog zo’n leukerdje om de hoek kijken… Want is het ‘dan jou’ of ‘dan jij’?

Een waanzinnig simpele truc om het juiste gebruik te achterhalen, is de zin langer te maken. Kijk maar:

  • Ik ben beter in hardlopen dan jij (bent).
  • Zijn voeten zijn nog groter dan die van mij (zijn).
  • Hij heeft meer snoep over dan ik (heb).

Piece of cake zo toch 😉 ? Succes!

Meer tips ontvangen? Blijf op de hoogte via mijn Facebook-pagina!